De stichting van Huize Vincentius
Willem van Iersel
Willem van Iersel werd in november 1865 geboren in Udenhout als zoon van de burgemeester. Na zijn opleiding, deels op kostscholen, keerde hij terug naar Udenhout, waar hij als rentenier zijn landgoederen beheerde. Hij hield van jagen, bezat een manege, en was een van de eerste in het dorp met een auto én chauffeur.
Hij overleed op 30 maart 1924 op 58-jarige leeftijd. Zijn huis en land schonk hij met de voorwaarde dat deze voor een goed doel zouden worden gebruikt. Het bisdom Den Bosch droeg het bezit over aan de Zusters van de Choorstraat, die er Huize Vincentius van maakten: een tehuis voor meisjes met een verstandelijke beperking.
Eerste steenlegging

De eerste steen van het centrale hoofdgebouw van Huize Vincentius in Udenhout werd gelegd op 16 juni 1928 door mgr. Diepen, de bisschop van Den Bosch. Dit markeerde het begin van de transformatie van het voormalige woonhuis van Willem van Iersel tot een zorginstelling voor meisjes met een verstandelijke beperking.
Inzegening kapel

Het hoofdgebouw werd in 1929 voltooid en op 22 mei 1930 ingezegend. Later, in 1935, werd de kapel op het terrein ingewijd, waarmee het complex zijn definitieve vorm kreeg.
De nacht dat
de bom viel
V1-inslag
In de nacht van 27 op 28 januari 1945 werd Huize
Vincentius getroffen door een V1-raket. De bom sloeg in op de weg voor het hoofdgebouw en richtte flinke
schade aan: 232 ruiten sneuvelden en meubels werden
door het gebouw geslingerd. Doordat de kinderen
vakantie hadden en niet aanwezig waren, vielen er geen gewonden. De inslag was een van meerdere V1’s die Udenhout troffen in de laatste oorlogsmaanden. De voortdurende dreiging van deze ‘vliegende bommen’ zorgde voor veel onrust onder de bevolking.


Bekijk het interview met Maria Messcher (ooggetuige V1-inslag)
Zorg in
opbouw
Opbouw na de oorlog
In de periode 1945 tot 1970 groeide Huize Vincentius uit tot een belangrijk zorgcentrum voor meisjes met een verstandelijke beperking. Na de oorlog werd het gebouw hersteld en uitgebreid om meer bewoners te kunnen huisvesten. De zusters van de congregatie zetten zich dagelijks in voor zorg, onderwijs en begeleiding, vaak onder sobere omstandigheden. Vincentius stond in die tijd bekend om zijn toewijding en de hechte gemeenschap binnen de muren van het huis.

Bekijk het interview met Joantini Kolfschoten (Zuster)

Eerste woningen
op het terrein



Vanaf de jaren ’60 maakte Huize Vincentius een belangrijke ontwikkeling door. De instelling kreeg in 1968 een AWBZ-erkenning, die zorgde voor structurele financiering vanuit de overheid. Ook gingen in deze periode bewoners op vakantie buiten het terrein naar Russelsbrook in Weert. Dat was een grote stap richting meer vrijheid en integratie. Ook werden er zogenaamde pleinwoningen gebouwd, en later zelfs woningen buiten het terrein. Hiermee werden de eerste stappen gezet naar kleinschaliger wonen en meer zelfstandigheid voor de bewoners
De stichting van
Huize Vincentius



Zorg is meer
dan begeleiding

Interview Mia en Els (oud-medewerkers)
Ouderparticipatie door de jaren heen
”“Toen mijn dochter veertig jaar geleden bij Vincentius kwam wonen, was het gelukkig niet meer zo dat je je kind “aan de deur afleverde”. Toch voelde je je als ouder nog niet echt belangrijk. Zelfs het betalen van een nieuwe afwasmachine of een zonnescherm werd toen niet toegestaan. In de loop van de tijd veranderde dat. Tegenwoordig is men blij met iedere bijdrage van ouders. Er was toen al een oudervereniging, later familievereniging genoemd, omdat bewoners en ouders ouder werden. Ook broers en zussen raakten steeds meer betrokken. Met de komst van wettelijk verplichte cliëntenraden kregen familieleden meer inspraak. Deze raden zijn uiteindelijk samengevoegd tot de huidige Regioraad Brabant. Er kwam meer erkenning voor ouderbetrokkenheid, onder meer via een werkgroep ‘Ouderparticipatie’. Wel bleek dat men onder participatie vaak vooral hand- en spandiensten verstond – en die zijn nog altijd welkom. Zelf heb ik het gevoel dat mijn betrokkenheid, ook al is die bescheiden, wordt gewaardeerd”
Samen zingen, samen groeien
Geen school meer,
wel nieuwe ervaringen
In de loop van de jaren ’90 veranderde ook het onderwijs binnen Huize Vincentius. De interne MLK- (moeilijk lerende kinderen) en ZMLK-school (zeer moeilijk lerende kinderen) werden geleidelijk afgebouwd, waarmee de schoolfunctie van het terrein verdween. Tegelijkertijd groeide de wereld van de bewoners: naast vakanties in Nederland gingen sommigen voor het eerst op vakantie naar het buitenland, zoals naar Frankrijk – een belangrijke stap in hun zelfstandigheid en beleving.
Ook op het terrein zelf verschoof de focus naar participatie en verbinding met de omgeving. Zo werd er een tuincentrum geopend waar bewoners werkten en mensen uit het dorp plantjes en tuinartikelen konden kopen. Het tuincentrum bood niet alleen dagbesteding, maar vormde ook een ontmoetingsplek tussen Vincentius en de buurt.



Interview Karien van Laak
(bewoner als kind en later medewerker)
Van Instituut naar
Integratie
Vanaf de jaren ’90 vond er binnen de gehandicapten- zorg een fundamentele omslag plaats. Ook bij Vincentius betekende dit het einde van het klassieke instituutsleven. De nadruk verschoof naar wonen, werken en leren in de samenleving zelf. Bewoners trokken steeds vaker weg van het terrein om in kleinschalige woonvormen in de wijk of in het dorp te gaan wonen. Ze kregen meer zeggenschap, meer vrijheid en meer kansen om echt onderdeel te zijn van de maatschappij – een koerswijziging die de zorg ingrijpend veranderde.
In 2004 fuseerde Huize Vincentius in Udenhout met zorgorganisatie ASVZ Zuid West. Deze fusie was een strategische stap om in te spelen op de veranderende zorgbehoeften en om de continuïteit van de zorgverlening te waarborgen.

Interview Peter Mertens (bestuurder)
Van Monument naar Maatwerk:
Vernieuwing in Zorg en Wonen
Herbestemming van
het hoofdgebouw
In dit decennium werd een belangrijke stap gezet in de herontwikkeling van het terrein van Huize Vincentius. Het monumentale hoofdgebouw werd in 2019 verkocht aan BOEi, een organisatie die gespecialiseerd is in de herbestemming van erfgoed. Daarmee kwam een einde aan het zorggebruik van het hoofdgebouw, dat niet langer voldeed aan de eisen van moderne zorgverlening.
Tegelijkertijd zijn op het terrein diverse verouderde woningen gesloopt. Daarvoor in de plaats zijn nieuwe woningen gebouwd die voldoen aan de huidige bouw- en duurzaamheidseisen. Belangrijker nog: deze nieuwe woningen sluiten beter aan bij de uiteenlopende zorgvragen van de cliënten.
Het monumentale gebouw aan de voorzijde, met de kenmerkende watertoren in het midden, wordt gerenoveerd en herbestemd tot appartementen, herenhuizen en penthouses.
De uiterste twee vleugels aan de rechterzijde van het klooster maken plaats voor nieuwbouwcomplexen, en ook aan de linkerzijde verrijst een nieuw gebouw.
Tegelijkertijd zette ASVZ de verdere professionalisering van de zorg voort. De visie op wonen veranderde: niet langer stond het gebouw centraal, maar de bewoner. Kleinschaligheid, eigen regie en inclusie werden leidende principes. Op het terrein kwamen nieuwe woonvormen, afgestemd op de behoeften van cliënten, waarmee de beweging naar meer zelfstandigheid en maatschappelijke deelname verder werd verdiept


Terugkijken,
meedoen, vooruitzien
Meedoen op
wereldniveau
Terugkijken en
vertellen
In 2025 werd er een tentoonstelling georganiseerd over de rijke geschiedenis van Huize Vincentius. Aan de hand van foto’s, verhalen en voorwerpen werd de ontwikkeling van het huis zichtbaar gemaakt: van internaat tot eigentijdse woon- en zorgomgeving. De expositie was niet alleen een eerbetoon aan de geschiedenis, maar ook een manier om bewoners, medewerkers en omwonenden met elkaar te verbinden.

Vooruitkijken
in zorg
De zorg bij Vincentius verandert. Enerzijds veroudert de bestaande doelgroep, wat vraagt om aangepaste ondersteuning, zorgvuldige planning en een andere inrichting van het dagelijks leven. Anderzijds verandert de instroom: nieuwe cliënten hebben steeds vaker een andere zorgvraag en er is meer sprake van gedragsproblematiek. Deze ontwikkelingen vragen om flexibiliteit, deskundigheid en innovatie. ASVZ speelt daarop in met nieuwe vormen van begeleiding, inzet van technologie zoals AI, en een focus op maatwerk. De zorg wordt persoonlijker, specialistischer én toekomstgericht – met als doel: ieder mens ondersteunen op de manier die echt past.